
Leer hier over diverse wolkensoorten!
Wolken zijn niet alleen mooi om naar te kijken, ze zijn ook een belangrijke voorbode van het weer. Door te leren welke wolken je ziet, kun je vaak voorspellen of het zonnig blijft, gaat regenen of zelfs gaat onweren. Wolken worden ingedeeld op vorm, hoogte en samenstelling. Hieronder lees je de belangrijkste soorten wolken en wat ze betekenen.
Cumuluswolken – de stapelwolken
Cumuluswolken zie je vaak op een zonnige dag. Ze lijken op stapels watten in de lucht en bewegen langzaam mee met de wind. Wanneer ze groter en donkerder worden, kunnen ze uitgroeien tot cumulonimbuswolken, die regen en onweer brengen. Deze wolken zijn te herkennen aan hun witte dikke structuur met vaak een platte onderkant maar bloemkoolvormige bovenkant. Ze hangen vaak 1 tot 3 KM hoog, en komen vaak voor bij rustig en warm weer. Maar als deze wolken verder groeien kunnen het ook onweersbuien worden.
Stratuswolken – de sluierwolken
Stratuswolken lijken op een grijze deken die over de hemel ligt. Ze brengen meestal lichte regen of motregen, en zorgen voor een sombere dag zonder zon. Deze kan je in de lucht zien als grijze dikke wolken die de lucht vaak volledig bedekken. Ze hangen vaak op 0 tot 2 kilometer hoogte, en zorgen vaak voor regen, motregen, of zwaar bewolkt en somber weer.​
Cirruswolken – de hoge krulwolken
Cirruswolken ontstaan hoog in de atmosfeer en bestaan uit ijsdeeltjes. Ze zijn vaak het eerste teken dat er een weersverandering aankomt, bijvoorbeeld een naderend regenfront.​ Je kan dit herkennen aan dunne witte veerachtige wolken hoog in de lucht. Ze lijken soms heel klein, maar omdat ze vaak op 6 tot 12 kilometer hoogte ontstaan zijn ze groter dan je wellicht verwacht. Vaak is dit een voorteken van mooi weer op korte termijn, maar een weeromslag binnen enkele dagen. (Hoeft niet altijd).​
Cumulonimbuswolken – de onweerswolken
Cumulonimbuswolken zijn de reuzen van de wolkenwereld. Ze kunnen enorme hoeveelheden regen en wind produceren en zijn vaak donkergrijs. Als je zo’n wolk ziet, is er een zeer verhoogde kans op onweer en storm.
Je kan ze herkennen aan grote torenwolken die vaak bovenin uitwaaieren als een aambeeld. Ze hangen maar slechts op 1 kilometer hoogte, maar kunnen tot moeiteloos 15 kilometer hoog worden. Tijdens buien moet je rekening houden met veel regen, onweer, hagel, en een verhoogde kans op een tornado of windhoos die de grond (net) niet raakt.

Altocumulus- en Altostratuswolken.
Deze wolken bevinden zich tussen de lage en hoge wolken in. Ze zijn vaak een teken dat het weer verandert. Altocumuluswolken lijken soms op een soort “visgraatpatroon” in de lucht. Vaak hebben deze wolken een heel wollig uiterlijk of als een soort dun dekentje. Ze hangen vaak op 2 tot 6 kilometer hoogte, en kunnen een voorbode zijn van regen of sneeuw. Het is bijna altijd een onderdeel van een naderend frontgebied.