
Hoe ontstaat onweer?
Onweer is één van de meest opvallende weersverschijnselen. Je ziet felle bliksemflitsen, hoort harde donderslagen en vaak valt er veel regen in korte tijd. Soms komen daar ook hagel of harde windstoten bij. Toch ontstaat onweer volgens een vrij logisch en steeds terugkerend proces. Hieronder leggen we dit stap voor stap uit, in duidelijke en begrijpelijke taal.
Wat is er nodig voor onweer?
Voor onweer zijn altijd drie dingen nodig:
-
Warme lucht dicht bij de grond
-
Koude lucht hoger in de lucht
-
Een duwtje omhoog, zodat de warme lucht kan stijgen
Als deze drie samenkomen, kan een onweersbui ontstaan.
Van wolk naar onweersbui.
Stap 1: de eerste wolken
De stijgende warme lucht koelt af. Waterdamp verandert dan in kleine waterdruppels en zo ontstaat een stapelwolk. Dit zijn de bekende witte wolken die je vaak ziet op warme dagen. Maar in deze fase is er nog geen onweer.
Stap 2: de onweerswolk
Blijft de warme lucht stijgen? Dan groeit de wolk steeds verder omhoog. Uiteindelijk ontstaat een grote, hoge onweerswolk, dit noemen ze ook wel een cumuluswolk. Deze wolk kan wel tien kilometer hoog worden en heeft vaak een platte bovenkant.
In deze wolk zitten sterke luchtstromen die omhoog en omlaag gaan. Daardoor kunnen de volgende punten weerfenomenen ontstaan.
-
Zware regenbuien / Waterhoos
-
Hagelstenen (soms wel zo groot als golfballen)
-
Harde windstoten / Tornado's
Stap 3: bliksem en donder
Hoog in de wolk is het vaak zeer koud (minimaal -10 graden) Daar ontstaan ijskristallen en kleine hagelstenen. Door botsingen tussen deze deeltjes raakt de wolk elektrisch geladen.
Als het verschil in lading te groot wordt, volgt een ontlading: Zoals jij het kent, als bliksem. De lucht langs de bliksem wordt in een fractie van een seconde heel heet en zet plots uit. Dit zie je als een bliksemschicht gevolgd door een vaak harde klap.
Wat is er nodig voor onweer?
Onweer komt het vaakst voor in de zomer omdat de zon het aardoppervlak sterk opwarmt, de lucht meer vocht bevat, en omdat de lucht makkelijker kan stijgen.
In Nederland en België ontstaat onweer daarom vooral tussen mei en september, dit zijn de maanden waarop de bovenlucht het meest onstabiel is.

Wist je dat?
Nederland ongeveer 20 tot 30 dagen onweer heeft per jaar. Onweer komt hier het vaakst voor in het oosten en zuidoosten, en het minst voor in de kust. Aan de kust is het weer vaak wat stabieler en kouder. Dit komt door de warme zee temperaturen.
In België onweert het nog vaker. Ongeveer gemiddeld 25 tot 35 dagen per jaar. Vooral in het zuiden en zuidoosten hebben ze het vaakst onweer.
Onweer in de winter
Ook in de winter kan onweer voorkomen. De zee temperaturen koelen namelijk in de winter moeilijk af omdat de oppervlakte van de zee erg groot is. Wanneer de (dan nog) relatief warme zeewater temperaturen in contact komen met de koude bovenlucht ontstaan er soms stevige buien. Deze buien kunnen dan zorgen voor korte maar harde windstoten, regen, en als het buiten koud genoeg is zelfs sneeuw. In dit geval heet het Thundersnow. (Onweer & sneeuw)
Wat is thundersnow precies?

Thundersnow is zoals we al aangaven, onweer gecombineerd met sneeuwval. Maar dit is in Nederland en België over het algemeen een vrij zeldzaam natuurfenomeen wat bijna altijd zeer lokaal voorkomt. Vaak merken mensen het niet eens op omdat het vaak in de nacht plaatsvind. Daarnaast is de onweer moeilijker te horen door een eventuele sneeuwdek dat er al ligt. De sneeuwdek dempt namelijk het geluid van de donder.
Samenvatting:
Onweer ontstaat wanneer warme lucht opstijgt en botst met koude lucht hogerop. Daardoor groeien wolken uit tot grote onweerswolken waarin bliksem en donder ontstaan. Meestal gebeurt dit in de zomer, maar onder speciale omstandigheden kan onweer ook in de winter voorkomen, maar zoals je nu hebt geleerd is dit relatief zeldzaam en komt dit in Nederland en België maar weinig voor.